Waterkracht ontleend zijn naam aan de energie die vrij komt door water. Hetzij door gebruik te maken van de stroomsnelheid van water of door gebruik te maken van een hoogteverschil. Men spreekt ook wel van “witte steenkool” doordat dit soort energie een schoon karakter heeft en men doelt op de kleur van het schuimende water. Vroeger werd de opgewekte mechanische energie ook vaker direct gebruikt, bijvoorbeeld bij het oppompen van wat er met een watermolen. Tegenwoordig is vrijwel alle waterkracht elektrisch. Voor de opslag en het transport van de opgewekte waterkracht energie worden waterkrachtcentrales gebruikt.

Waterkrachtcentrales
Waterkrachtcentrales worden gezien als een opwekker van groene stroom doordat het gebruik van waterkracht geen vervuiling met zich meebrengt en er geen radioactief afval overblijft. Wanneer we waterkrachtcentrales definiëren kan dat als volgt: “Waterkrachtcentrales of hydraulische centrales zijn een type elektriciteitcentrales die stromend of neerstortend water gebruiken om een turbine in beweging te zetten. Deze centrales bevinden zich op rivieren en stromen, soms met een kunstmatige dam. Bepalend voor de werking van een waterkrachtcentrale zijn het debiet en de stroom.

Bezwaren
Net als bij alle andere soorten energietypen, zijn er voor waterkracht ook de nodige bezwaren van milieu- en natuurkringen. Zo heeft dit allerlei minder gunstige consequenties als er een stuwmeer gebouwd is bij de waterkrachtcentrale door middel van een dam. Zo kunnen er allerlei chemische reacties ontstaan bij een opeenhoping van organismen in het meer. Dit heeft tot gevolg dat er een aanzienlijke uitstoot van broeikasgassen plaatsvindt. Dit gebeurd met name in de warmere streken zoals bijvoorbeeld in de tropen. Deze soort uitstoot van broeikasgassen is soms zelfs groter dan bij conventionele centrales.

Daarnaast is er ook nog een belangrijk natuuraspect dat waterkracht met zich meebrengt en dat zeer zeker in overweging genomen moet worden. Het betreft hier het leefpatroon van de dieren, want dat wordt aardig verstoord. Met name bij de trekkende soorten zoals bijvoorbeeld de paling en de zalm. Zij zijn te groot om door inlaatroosters te passen. In de rivieren komen dan vrijwel geen soorten meer voor waar waterkracht centrales staan. De kleinere dieren die er wel doorheen passen, moeten vervolgens de draaiende turbines passeren en ook daarbij blijken veel dieren om te komen.

Valmeercentrale bij de Walchensee in Duitsland
De valmeercentrale van E.ON in het Zuid-Duitsland maakt gebruik van het natuurlijke hoogteverschil tussen twee meren, de Walchensee en de Kochelsee. Water uit de Walchensee wordt via 450 meter lange pijpleidingen naar de turbines in de centrale geleid en stroomt vervolgens de Kochelsee in.