Voor- en nadelen kernenergie

Kernenergie is al jarenlang een onderwerp van discussie. Kernenergie heeft zowel een groot aantal voordelen als nadelen. E.ON vertelt u graag meer over de voordelen en de nadelen van kernenergie, zodat u weet waarom het een belangrijk onderwerp van discussie is. 

Voordelen kernenergie:

Wat zijn de nadelen van kernenergie?

  • Schoon: kernenergie is een bijzonder schone energievorm.
  • Uitstootvrij: bij kernenergie komt geen broeikasgas vrij. De uitstoot die u uit de koeltoren ziet komen, is waterdamp van grote hoeveelheden koelwater.
  • Grootschalig inzetbaarkerncentrales leveren grote hoeveelheden energie. Een kerncentrale kan honderdduizenden huishoudens van energie voorzien.
  • Goedkoop: Uranium, de grondstof van kernenergie, is gezien de opbrengst relatief goedkoop. Slechts één kilo Uranium levert 23 miljoen kWh aan warmte op; genoeg om 7000 huishoudens een jaar lang van energie te voorzien!
  • Onafhankelijkheid: door het inzetten van kernenergie worden we in het westen qua energievoorziening minder afhankelijk van instabiele landen uit het Midden-Oosten. Uranium is immers ook in andere gebieden ruimschoots aanwezig.
  • Stabiele prijs: de prijs van kernenergie is relatief stabiel. Slechts 5% van de kosten van kernenergie zijn grondstofkosten. Een verdubbeling van de uranium-prijs zal dus slechts een beperkte invloed hebben op de prijs van kernenergie.

Nadelen kernenergie:

Wat zijn de nadelen van kernenergie?

  • Kernafval: hoewel een groot deel van het kernafval opnieuw verwerkt kan worden tot splijtstof, blijft een deel over als radioactief afval. Dit materiaal is warmteproducerend en blijft gedurende lange tijd (soms tot wel 100.000 jaar) radioactief.
  • Gezondheid: een overdosis van radioactieve straling kan zeer ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid. Denk hierbij aan diverse vormen van kanker en misvormingen in ongeboren kinderen.
  • Veiligheid: hoewel moderne kerncentrales zeer veilig zijn, kunnen de gevolgen bij een ongeluk verstrekkend zijn. Denk aan de ramp in Tsjernobyl op 26 april 1986, waarbij vierduizend mensen direct en mogelijk miljoenen indirect overleden. De kans op zo’n ‘melt down’ is in moderne kerncentrales vrijwel nihil.